hoofdstuk 15

De omweg Bram reed alsof hij de stad persoonlijk beledigd vond. De bevoorradingswagen stuiterde over tramrails, scheerde langs geparkeerde fietsen en nam bochten met een snelheid die de metalen rekken achterin gevaarlijk liet rammelen. Carola zat naast hem, één hand...

hoofdstuk 14

De vervanger De vrouw in het witte jasje stond midden op de natte straat. Ze had Carola’s houding. Niet precies: haar schouders stonden iets rechter, haar kin iets hoger. Maar de gelijkenis was zorgvuldig genoeg om misselijk van te worden. Hetzelfde donkere haar,...

hoofdstuk 13

Konvooi Om 14:03 vertrok het konvooi. De regen was opgehouden, maar de stad glom nog nat en donker onder een hemel die te laag leek te hangen. Voor het Mannenhuis stonden drie witte bestelbusjes, een oude rivierambulance en Bram’s roestige bevoorradingswagen. Op de...

hoofdstuk 12

De kade Niemand in de eetzaal had de woorden gehoord. Toch leek het alsof het Mannenhuis ze voelde. De leidingen in de muren rammelden. Buiten sloeg regen tegen de ramen. Het oude gebouw stond op de kade als een schip dat te lang aan land had gelegen, vol mensen die...

hoofdstuk 11

De man in de keuken De terugweg naar boven duurde langer dan de afdaling. Niet omdat de route ingewikkelder was, maar omdat het Mannenhuis in de tussentijd veranderd was. De oude dienstgangen trilden onder hun voeten. Soms viel er ergens in de muren een reeks lampen...

hoofdstuk 10

Moeder Niemand zei iets. Op het scherm zat Carola’s moeder rechtop in een kamer zonder ramen. Ze droeg een eenvoudige donkerblauwe jurk, haar zilvergrijze haar zorgvuldig achter haar oren gekamd. Er stond een kop thee op de tafel naast haar, met een dun gouden...