hoofdstuk 17

West-3 Pompstation West-3 lag verscholen achter een rij verlaten loodsen aan het kanaal. Ooit had het gebouw de laaggelegen wijken drooggehouden. Nu was het vooral een blok beton met roestige hekken, kapotte ramen en een windturbine die al jaren stilstond. Op de gevel...

hoofdstuk 16

De zwarte lucht De rook boven de Zeistkering steeg recht omhoog. Dat was het eerste wat Carola opviel. Bij gewone brand zou de wind de pluim uiteenrukken en over de stad trekken. Maar deze rook bleef als een donkere zuil boven de horizon hangen, zwaar en compact,...

hoofdstuk 15

De omweg Bram reed alsof hij de stad persoonlijk beledigd vond. De bevoorradingswagen stuiterde over tramrails, scheerde langs geparkeerde fietsen en nam bochten met een snelheid die de metalen rekken achterin gevaarlijk liet rammelen. Carola zat naast hem, één hand...

hoofdstuk 14

De vervanger De vrouw in het witte jasje stond midden op de natte straat. Ze had Carola’s houding. Niet precies: haar schouders stonden iets rechter, haar kin iets hoger. Maar de gelijkenis was zorgvuldig genoeg om misselijk van te worden. Hetzelfde donkere haar,...

hoofdstuk 13

Konvooi Om 14:03 vertrok het konvooi. De regen was opgehouden, maar de stad glom nog nat en donker onder een hemel die te laag leek te hangen. Voor het Mannenhuis stonden drie witte bestelbusjes, een oude rivierambulance en Bram’s roestige bevoorradingswagen. Op de...