De vervanger
De vrouw in het witte jasje stond midden op de natte straat.
Ze had Carola’s houding.
Niet precies: haar schouders stonden iets rechter, haar kin iets hoger. Maar de gelijkenis was zorgvuldig genoeg om misselijk van te worden. Hetzelfde donkere haar, dezelfde lichte ogen, zelfs dezelfde manier waarop zij haar handen losjes voor haar lichaam hield.
Alsof iemand Carola had bestudeerd en besloten dat zij verbeterd kon worden.
“Uw vervanger,” herhaalde de vrouw via de radio.
Bram vloekte vanuit zijn wagen.
“Dat is niet normaal.”
“Dat is het nooit geweest,” zei Elias.
Carola stapte uit.
“Carola!” riep Veronne via de radio. “Blijf in de wagen.”
Carola sloeg de deur dicht.
“Dat gaat niet gebeuren.”
De grijze Bewaarders vormden een halve cirkel rond de vastgelopen voertuigen. Geen van hen richtte een zichtbaar wapen. Dat was erger. Hun handen bleven in de zakken van hun jassen, klaar bij apparaten die motoren konden stilleggen, deuren konden openen en waarschijnlijk mensen konden laten vergeten waarom zij bang waren.
De vrouw in het wit keek Carola rustig aan.
“U hoeft niet verder te reizen,” zei ze. “De Zeistkering is geen plaats voor u.”
“Wat is je naam?”
De vrouw glimlachte.
“Dat weet u.”
“Dan zeg het.”
Een korte stilte.
“Clara.”
Carola voelde iets kouds door haar heen trekken.
Clara.
De naam die haar moeder ooit had willen geven aan een tweede dochter. Carola wist dat omdat zij als kind een kaart had gevonden in een lade: een geboortekaartje dat nooit verstuurd was, met een naam die in sierlijke letters op de voorkant stond.
Clara Helena Carola.
Helena had gezegd dat het een vergissing was. Een oud ontwerp. Niets belangrijks.
Maar Helena had nooit iets bewaard dat niets betekende.
“Je bent geen vervanger,” zei Carola.
Clara’s glimlach verdween.
“Nee?”
“Je bent een proef.”
“Dat is een hard woord.”
“Jij gebruikt mij als voorbeeld. Mijn stem. Mijn kleding. Mijn dossier.” Carola zette een stap naar voren. “Maar je weet niet wie ik ben.”
Clara’s ogen werden donkerder.
“Ik weet alles wat u vergeten bent.”
“Dat is niet hetzelfde.”
Achter Carola ging een portier open.
Elias stapte uit de wagen.
“Elias, terug,” zei Carola.
Hij luisterde niet.
Clara keek naar hem alsof zij hem kende.
“E-01,” zei ze. “De eerste ontwerper.”
“Je moeder heeft je goed geïnformeerd.”
“Onze moeder.”
Carola keek scherp naar Clara.
Elias verstijfde.
Clara ging verder: “Helena heeft mij niet geschapen om u te vervangen. Zij heeft mij geschapen omdat u bent mislukt.”
Bram’s stem kraakte door de radio. “Wil iemand mij even vertellen wat het plan is?”
Carola hield haar blik op Clara.
“Wat ben je?”
Clara legde haar hand op haar borst.
“Een gecorrigeerde versie.”
“Van mij?”
“Van het project.” Clara keek naar de voertuigen, naar de mensen achter de ramen. “U bent onstabiel gebleken. U hecht zich aan individuen. U weigert noodzakelijke offers. U opent deuren wanneer ze gesloten moeten blijven.”
“En jij?”
“Ik sluit ze.”
Carola glimlachte nu wel.
“Dan heb je niets van mij geleerd.”
Clara hief haar hand.
De Bewaarders kwamen tegelijk in beweging.
“Nu!” riep Carola.
Bram duwde zijn portier open. Achter hem kwam Jaro uit de ambulance naar buiten met een dikke kabel in beide handen. Terwijl Carola met Clara sprak, had Linde via de radio korte instructies gegeven. Niet elegant. Niet slim op de manier waarop De Continuïteit slim was.
Maar praktisch.
Bram gooide de kabel over de straat, recht in een plas water voor de zwarte voertuigen. Jaro drukte op een zware, ouderwetse schakelaar uit de gereedschapskist.
Een felle blauwe vonk sloeg door de plas.
De Bewaarders sprongen achteruit. Twee apparaten vielen uit handen. Eén grijze jas struikelde en bleef roerloos liggen.
“Niet dodelijk,” riep Jaro. “Denk ik!”
“Dat woord weer,” mompelde Carola.
Mara en meneer De Wit verschenen aan de andere kant van de ambulance. Mara gooide rookfakkels op straat. Dikke oranje rook verspreidde zich tussen de voertuigen, scherp en bijtend.
Linde dook onder het dashboard van de tweede bestelbus. Binnen enkele seconden brulde de motor weer tot leven.
“Analoge ontsteking!” riep ze via de radio. “Ze kunnen deze niet stilleggen!”
“Bram?” vroeg Carola.
“Mijn wagen ook!”
Elias pakte Carola’s arm.
“Nu weg.”
Maar Clara stond nog steeds midden op straat.
De rook trok langs haar witte jasje. Zij hoestte niet. Zij knipperde nauwelijks. In haar hand hield zij een klein zwart voorwerp.
De geheugenmodule.
Elias keek naar zijn lege hand.
Hij vloekte.
“Ze heeft hem.”
Clara draaide de module tussen duim en wijsvinger.
“U zoekt de primaire server,” zei ze. “Maar zonder deze kaart vindt u alleen de buitenste ring. En daar wacht Helena niet op gesprekken.”
“Geef hem terug,” zei Elias.
Clara keek naar Carola.
“Kom met mij mee. Alleen u. Dan blijft het Mannenhuis buiten de volgende correctie.”
Carola zei niets.
“U begrijpt dat dit geen dreigement is,” vervolgde Clara. “Het is een aanbod.”
Achter haar kwamen de Bewaarders door de rook heen. Meer dan eerst. Tien, misschien twaalf.
Veronne’s stem klonk hard door de radio.
“Carola, dit is geen onderhandeling. Wegwezen!”
Carola keek naar Elias.
Hij wist wat zij dacht.
“Niet doen,” zei hij.
“Zij heeft de module.”
“Dan vinden we een andere route.”
“Arend kent de tunnel.”
“En Helena kent Arend.”
Carola keek naar Clara.
“Je wilt dat ik alleen kom?”
“Ja.”
“Waarom?”
Clara’s blik gleed naar de mensen in de ambulance. Naar Jaro. Naar Mara. Naar meneer De Wit.
“Omdat u nog steeds denkt dat u hen kunt redden.”
De rook werd dunner.
Bram startte zijn wagen opnieuw en reed een meter naar voren. De motor gromde zwaar.
“Mevrouw Carola,” riep hij uit het raam, “met alle respect: kies nú.”
Carola keek naar Clara.
Toen naar de grijze Bewaarders.
Toen naar haar eigen mensen.
Zij had jarenlang geleerd dat beschermen betekende dat zij het risico zelf droeg. Dat zij tussen gevaar en anderen moest gaan staan, ongeacht de prijs.
Maar bescherming was niet hetzelfde als verdwijnen.
Ze pakte haar portofoon.
“Linde.”
“Ja?”
“Kun je hun netwerk volgen via die module?”
“Misschien, als Elias me de oude coderingsstructuur geeft.”
Elias keek haar aan.
“Dat kan.”
Carola knikte.
“Doe het.”
Clara’s ogen vernauwden zich.
“U kiest dus voor hen.”
Carola stapte achteruit richting de bestelbus.
“Nee,” zei ze. “Ik kies tegen jou.”
Clara drukte op het zwarte voorwerp in haar hand.
De straatverlichting knipperde.
Alle schermen in de etalages rond het kruispunt sprongen tegelijk aan.
Carola’s gezicht verscheen erop.
Daaronder stonden woorden in grote, witte letters:
GEZOCHT WEGENS SABOTAGE, ONTVOERING EN TERRORISME
SUBJECT C-12 IS GEVAARLIJK
MELD HAAR LOCATIE
Mensen achter ramen keken op.
Aan de overkant van de straat ging een deur open.
Clara glimlachte.
“Nu kiest de stad misschien tegen u.”
Bram trapte het gaspedaal in.
Carola sprong in de bestelbus.
De wagen schoot vooruit, door de rook, langs de Bewaarders en over het natte asfalt. Achter hen kwamen zwarte voertuigen in beweging.
De jacht was begonnen.
Recente reacties